Themasessie 3 van De Ziel van Leiden, 11 mei 2016, Stadsgehoorzaal Leiden—een verslag

Kan een stad een ziel hebben? Zo begon Peter van Swieten zijn bespiegelingen n.a.v. de themasessie van De Ziel van Leiden over historische gebouwen. Een ziel is immers iets dat volgens het woordenboek bij de mens hoort: “de niet-materiële en spirituele component van de mens”.
Uit het enthousiasme van de vele sprekers tijdens deze themasessie werd duidelijk dat ja, Leiden als stad kan worden gezien als een gemeenschap, kan worden gepersonifieerd en een ziel hebben.
Er werd heel wat ‘gepeld’: archeologen die laag voor laag onder de grond in kaart brengen, de grond zeven en zo interessante stukken geschiedenis vinden, winkelrestaurateurs die aangebrachte platen op winkelpuien verwijderen, waardoor oude ornamenten weer te voorschijn komen en kunstminners die lyrisch uitweiden over het afpellen van lagen en details om daarover verhalen te vertellen.
“Ik moet soms uitkijken dat ik nergens tegenaan loop”, zo zei Saskia Leupen van Open Monumentendagen Leiden, “zo ontzettend veel geweldige details zijn er in Leiden te zien.” Robert van Oirschot vond dat de fascinerende verhalen illustreren dat elk tijdperk zo zijn eigen ziel heeft. De wederopbouw, zaken van voor de jaren ‘70 waarderen en terughalen, is nu duidelijk in de mode.

Hieronder de boeiende verhalen van zeven sprekers over diverse aspecten van ‘bouwen’ en het gebouwde in Leiden én omgeving.

Robert van Oirschot opende de avond met de introductie van het thema: van archeologie tot architectuur, van 4 meter onder tot 4 meter boven de grond. Als opwarmer liet hij een mooi filmpje van Arne Wossink zien: https://www.youtube.com/watch?v=ZEfX40fP0GA&app=desktop

Nicole Kik gaf de eerste presentatie over de locatie waar de bijeenkomst plaatsvond: de Stadsgehoorzaal. Zij gaf een overzicht van de stadsgehoorzaal door de eeuwen heen. Tot 1826 was op de plek van de Stadsgehoorzaal het Catharina Gasthuis gevestigd. Dit was een klooster, stond open voor minderbedeelden en het fungeerde als een soort vluchtoord. Aan de voorkant is op de Waalse kerk (de voormalige kapel van het Gasthuis) nog een rad met messen te zien: het embleem van de heilige Catherina. In de 19e eeuw ontstond er behoefte aan een plek om elkaar te ontmoeten, voordrachten te houden, zoals wij hier nu ook doen. De huidige gevel is ontworpen door stadsarchitect Knuttel en stamt uit 1891, nadat in 1889 een brand het gebouw grotendeels verwoest had. De bouwstijl is neo-renaissance, een stijl die toen in zwang was: zand- en baksteen afgewisseld, zuiltjes, pilasters. De twee zalen (de grote beneden en de Breezaal op de eerste verdieping) stammen uit die tijd, waarbij in de grote zaal het plafond later verlaagd is i.v.m. een betere akoestiek. Deze akoestiek is uitstekend voor muziek en minder voor theater. Een recente ontwikkeling is de bouw van de Aalmarktzaal, een belangrijke toevoeging: een intieme zaal met prachtige akoestiek volgens Nicole, dus ze roept ieder die er nog nooit geweest is eens te gaan kijken.

Caecil van Harteveld vertelde over de muurgedichten van Leiden. Caecil is stadsgids in Leiden.
Het idee van de muurgedichten ontstond in 1992, toen werd herdacht dat 75 jaar daarvoor het tijdschrift De Stijl was opgericht door Theo van Doesburg. Door Stichting Tegenbeeld is toen voor het huis waar Van Doesburg woonde op de straatstenen het vignet van De Stijl geschilderd (Kort Galgewater). Al doordenkend kwam het idee op: we moeten iets met gedichten doen (Van Doesburg heeft ook gedichten geschreven).
Het doel was 100 gedichten op muren in Leiden te zetten en dit is volbracht in 2005. Er zijn er inmiddels zelfs meer dan 100. Ook buiten de singels zijn er gedichten op muren geplaatst.
Aandrijvers zijn en waren: Jan-Willem Bruins (kunstenaar die de gedichten op de muren zet) en Ben Walenkamp. J. W. Bruins verzint de lay-out allemaal zelf, ook de lettertypes etc. Ook in niet-Latijnse schriften. Hij doet het uit de vrije hand en niet met een mal. Het is derhalve heel bijzonder wat hij doet. De presentatie laat verschillende voorbeelden zien, hoe hij creatief de taal visueel ondersteunt. Op de site (www.muurgedichten.nl) staat een kaart met alle gedichten, incl. vertalingen, toelichtingen e.d.
Als stadsgids vindt Caecil het erg leuk te zien hoe bezoekers reageren als ze hun eigen taal herkennen; vaak raken ze ontroerd als ze hun moedertaal terugvinden in Leiden. De gedichten zijn in meer dan 40 talen en uit allerlei tijden. Dit benadrukt het internationale karakter van de stad Leiden wat ook samenhangt met het belang van de universiteit. En Leiden is nu een toeristische trekker en trekt bezoekers uit de hele wereld.

Helle Molthof van Raap (onderzoeks- en adviesbureau voor archeologie, erfgoed en cultuurhistorie) presenteerde onder de titel “Oud vuil” over archeologisch onderzoek bij de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers in de historische binnenstad van Leiden.
Het archeologisch onderzoek werd gedaan omdat er gaten moesten worden gegraven voor het plaatsen van afvalcontainers. Het onderzoeksveld besloeg per locatie een gat van 2 bij 4 meter. Dat is natuurlijk niet heel erg groot, en maakt het des te meer een uitdaging voor archeologen om op grond van weinig informatie toch te proberen een zo compleet mogelijk beeld te krijgen. De diepte was 2 meter, hetgeen behoorlijk goed is voor archeologisch onderzoek; je komt dan wel alle lagen tegen tot ca. de 14e eeuw. De grond die uit de gaten kwam is in grote big bags opgeslagen en daarna door een zeefinstallatie gehaald. Het publiek werd hier ook bij betrokken omdat deze installatie op de Garenmarkt stond. Het onderzoek is nog niet helemaal afgerond; na afronding zal er een rapport verschijnen. Tot slot werden er vijf plekken uitgelicht ter illustratie van het werk dat is verricht.

Peter van Swieten van RAP Leiden presenteerde onder de titel: “De Ziel van Leiden zweeft vier meter boven de grond.” RAP Leiden houdt zich bezig met ontwikkelingen rondom alle aspecten van de gebouwde omgeving in de regio Rijnland.

Peter filosofeerde over wat Leiden nou zo bijzonder maakt. Hij vond inspiratie in het boek “The city in the making” (van Marcel Hénaff). Hénaff praat over de stad in 3 aspecten: het monument (alles wat gebouwd is), de machine en het netwerk. Het aanknopingspunt voor ‘de ziel’ vindt Peter in de stad als machine, een verzamelplaats van arbeid, kapitaal, energie, infrastructuur en bureaucratie.
Waar grondstoffen en kennis worden verwerkt tot nieuwe producten, de basis voor economische ontwikkeling. Aspecten hiervan: de industrie die Leiden veel had, de stad als kennismachine met universiteit, musea, bio science park en de unieke omgeving die hij typeert als een vlinder met vier soorten landschappen: het bloembollengebied, de landgoederen, het plassengebied en de veenweiden. En het strand is dichtbij, Katwijk is te fietsen. Peter vindt dat je niet over de stad moet praten zonder de omgeving erbij te betrekken. Nu is Leiden heel erg een recreatiemachine. De basis hiervan ligt in de historische binnenstad, de bijzonder omgeving, de magnifieke kennismachine.
Door de stad als machine te interpreteren kunnen verbanden worden gelegd die specifiek voor Leiden zijn, historisch maar ook actueel. Al deze zaken en de gemeenschap die erbij hoort, bepalen de Ziel van Leiden.

Monique Roscher (projectleider) en Cas Nagtzaam (restauratiearchitect) van Erfgoed Leiden en Omstreken vertelden over het Leidse winkelpuienproject. Zij lieten een flink aantal voorbeelden zien van winkelpanden voor en na de restauratie van winkelpanden, waarbij het verschil duidelijk te zien is.
Het winkelpuienproject bestaat sinds 2009 en sindsdien zijn ruim 80 puien weer hersteld. Het doel is het historische karakter van de binnenstad te versterken, zodat het aangenamer is om er te winkelen en te verblijven. Het herstel is gewenst omdat de oude winkelpuien goed van kwaliteit zijn en er vanaf jaren ’70 de klad in kwam door het aanbrengen van rolluiken, plaatmateriaal, reclames, e.d. Vaak bleven de onderdelen wel bestaan maar verborgen, bijv. achter plaatmateriaal. Die verborgen elementen wil men weer tevoorschijn halen. Concrete voorbeelden die werden genoemd waren een Chinees restaurant, Breestraat 177, het pand van de Wibra, Breestraat 155 en Donatello’s, Haarlemmerstraat 20. Er is een subsidieregeling om te stimuleren dat de puien weer tevoorschijn komen. Erfgoed Leiden stimuleert dit zelf ook actief. Het project is niet uniek voor Leiden, maar er zijn slechts twee steden bekend waar men dit ook doet, nl. Schiedam en Leeuwarden. Met het winkelpuienproject wordt de fysieke verschijning van de pui hersteld. Achter die puien gaan echter verhalen schuil over middenstanders, klanten, ondernemerschap etc. die ook iets vertellen over de ‘ziel’ van Leiden. O.a. krantenadvertenties kunnen daarvoor als bron worden gebruikt; als voorbeeld noemde Monique de winkelpui van M. Cahen (Nieuwe Rijn 32, weer hersteld). Een afbeelding van deze pui staat in een advertentie die in het krantenarchief van Erfgoed Leiden werd gevonden. Daaruit blijkt dat het mogelijk was een abonnement op kleding te nemen bij deze zaak, men hoefde de kleding niet terug te brengen.

Ieme Heidema heeft onderzoek gedaan naar de structuur van Leiden, met de Olieslagerspoort als case study. Hij begon met een citaat uit het Leidse jaarboekje van Vereniging Oud Leiden, n.a.v. discussies over demping van grachten, waarin staat dat de structuur van een stad ‘uitermate veel voor haar schoonheid betekent”. Het bleek dat het vroeger veel dichter bebouwd was. In 1986 werd de poort verbreed en huizen afgebroken i.v.m. bereikbaarheid van de Haarlemmerstraat voor auto’s. De aanpassingen aan het poortje waren een uitvloeisel van het zgn. ‘structuurplan 1958’. De naam structuurplan suggereerde volgens Ieme dat beleidsmakers in die jaren van mening waren dat de binnenstad geen duidelijke structuur had, maar ten prooi was gevallen aan wildgroei. Zijn studie laat zien dat het juist wel een duidelijk (17e eeuwse) structuur had. Een die getuigde van stedelijke verdichting in de gouden eeuw, maar die geen ruimte bood voor de auto.
Nu is er weer een andere benadering, nu binnensteden juist weer autoluw worden gemaakt. Zijn case study laat zien dat structureren gevaren heeft, het stadsbeeld verandert. Vanuit de zaal werd opgemerkt dat er hele rationele beslissingen aan ten grondslag lagen, er moest gewoon ruimte worden gemaakt. Ieme antwoordde dat ook al waren er goede redenen voor, de gevolgen wel groot waren. Robert concludeerde dat ook dit weer een voorbeeld is dat elke tijd zijn eigen criteria kent. De ziel ontwikkelt zichzelf continu en deze casus is daar een mooi voorbeeld van.

Als laatste sprak Saskia Leupen van Erfgoed Leiden over de Open Monumentendagen Leiden. De dagen zijn in het tweede weekend van september. Leiden is vanwege de grote hoeveelheid monumenten een XL-gemeente en de organisatie wordt serieus aangepakt. Er is een bestuur, en daarnaast is er een grote pool van vrijwilligers, ca. 150 tijdens de dagen, als rondleiders, toezichthouders e.d.. Waar het vooral om gaat is het verhaal, om het afpellen van de lagen van de verschillende details.
Dit jaar is het thema: iconen en symbolen. Op grond van het thema wordt een keuze gemaakt, want Leiden heeft het luxe probleem dat er heel veel panden zijn. Het thema is een mooie bril om de monumenten te shuffelen en daardoor elk jaar andere verhalen te vertellen, ook al zijn sommige panden elk jaar onderdeel van de openstelling. Saskia vertelde heel enthousiast over de details in gebouwen, waar het thema van dit jaar uitnodigt naar te kijken, en de verhalen die erbij horen. Het gebouw is de hardware, de kern, en daaromheen zijn er verhalen. Deze worden steeds rijker, door de wisselwerking gebouw-thema’s-verhaal. Ze liet vele voorbeelden zien, zoals de symboliek van bovenlichten (daar heeft iemand een hele site over gemaakt ).
Op deze manier bieden de monumenten elke keer een ander inkijkje in de ziel van Leiden.

Robert van Oirschot sloot de avond af. Hij heeft heel veel gehoord en de ziel heeft weer een stuk verder vorm gekregen. Hij dankte de aanwezige sprekers hiervoor. Helaas was er geen tijd meer om hierover nog plenair verder met elkaar van gedachten over te wisselen.

Hij vroeg aandacht voor de crowdfundingsactie die nog loopt bij voordekunst.nl. Het doel: de ziel van Leiden vastleggen in een stripboek. Dit alles wordt voor een groot deel vrijwillig gedaan. Het filmpje dat is gemaakt werd getoond als afsluiting.

Hij riep de aanwezigen op het voort te zeggen en te doneren.