1. Hermine Klein, Leiden Bio Science Park

Hermine vertelt dat het bio-science park een uitvloeisel is van wat er al in de 16e eeuw in Leiden gebeurde. De universiteit begon toen met de aanleg van een hortus medicus, voor geneeskundige planten. Wetenschappers als Boerhaave gaven klinische lessen en er was een anatomisch theater. Dankzij de universiteit past het science park in een lange traditie.

Enige feiten: het park biedt werkgelegenheid aan maar liefst 17000 mensen en qua oppervlakte is het groter dan de binnenstad. Het Poortgebouw en meerdere paviljoens van het academisch ziekenhuis in de jaren 1920 zijn de voorlopers van het nieuwe LUMC, het Gorlaeus gebouw werd geopend in 1963. Sindsdien is het terrein bijna volgebouwd. Er zal nog een verdere uitbreiding plaats gaan vinden, bijvoorbeeld in het Oegstgeester deel van het science park (terrein rondom Corpus) met naast bedrijven ook groenvoorzieningen en woningen. Het is een groot voordeel dat die ruimte voor groei er is, naast het Corpusterrein is er in de toekomst ook ruimte in de strook bij de nieuwe ongelijkvloerse kruising in de Plesmanlaan. Het is een van de grootste science parken van Europa; andere zijn o.a. in Barcelona, Lyon, Oxford, München en Zürich.

Het park als zodanig bestaat sinds 1984. Het eerste gebouw was van de universiteit, het Academisch Bedrijven Centrum. Het park is vooral gespecialiseerd in biomedische life science, m.n. de vroege fase medicijnontwikkeling. Veel bedrijven zijn een spin-off van de universiteit of het LUMC. En er zitten de meeste life science starters van Nederland. Het personeel dat er werkt is hoog opgeleid en de opleidingen zitten dichtbij: het ROC Leiden en de Hogeschool Leiden hebben een laboratoriumopleiding en er is de Leidse Instrumentmakers School. Op universitair niveau zijn er opleidingen samen met Delft en het LUMC.

Er wordt veel gepolderd, zoals Hermine dat noemt: er is veel samenwerking tussen onderzoekers, opleidingen, overheid en ondernemers. Zij vertelt over de 130 bedrijven die op het terrein gevestigd zijn, op welk gebied ze actief zijn en bijv. naar welke ziektes onderzoek wordt gedaan (infectieziekten staan bovenaan). Daarnaast geeft ze talloze voorbeelden van innovaties gedaan door op het science park gevestigde bedrijven, m.n. op het gebied van medicijnen. Aan deze innovaties gaan vaak vele jaren van onderzoek vooraf en er is daarom ook veel geld nodig om te investeren. Daar zijn verschillende fondsen, maar ook private partijen bij betrokken. Zo was er een bijzonder medicijn ontwikkeld dat een oplossing voor de ziekte van Duchenne zou bieden en de resultaten zagen er heel erg veelbelovend uit. Een Amerikaans bedrijf kocht het bedrijf voor 680 miljoen dollar. Echter, in de laatste fase vonden de autoriteiten in Amerika en Europa de resultaten toch niet overtuigend genoeg en is de verdere ontwikkeling van het medicijn stopgezet. Dit was niet alleen voor het bedrijf, maar ook vooral voor de Duchenne patiënten een grote teleurstelling. .

Naast bedrijven die medicijnen ontwikkelen zijn er op het science park ook bedrijven die allerlei diensten daar omheen aanbieden, bijvoorbeeld om patenten te registreren.

Hermine heeft zoveel aansprekende voorbeelden van innovatie dat de tijd vliegt en ze in de 20 minuten niet eens al haar slides kan laten zien. Helaas is er daardoor geen discussie met de aanwezigen meer mogelijk.

Lees verder – Wanderen en Knowledge Mining