dzvl7_eline_wekker

Leiden is al eeuwenlang een stad die nieuwkomers aantrekt.  Dat blijkt alleen al uit haar culturele pronkstukken. De Romeinen lieten een bronzen masker achter, ook wel bekend als ‘Gordon’ dankzij de opvallende gelijkenis met de Amsterdamse zanger en lang voordat Naturalis haar Tyrannosaurus rex liet opgraven had het Rijksmuseum van Oudheden de grote krokodillenmummie uit het oude Egypte. In museum Boerhaave kun je de vulpen zien waarmee Albert Einstein de relativiteitstheorie op papier zette. Einstein gaf de pen aan zijn vriend en collega Paul Ehrenfest, die vaak bezoek van Einstein kreeg in zijn woning op de Witte Rozenstraat.

Ook het lokale taalgebruik danken Leienaars aan buitenlanders: bledder (bal, hoofd of borst) komt van het Engelse ‘bladder’ en ‘ben je zot?’ is Vlaams, net zoals de Leidse klemtonen. Helaas weet niemand meer waar de beroemde R vandaan komt, vertelt stadshistoricus Cor Smit bij zijn inleiding op sessie 7 van de Ziel van Leiden, ‘nieuwkomers in de stad’. De avond vindt plaats in Diaconaal Centrum de Bakkerij. In de 17e eeuw werden hier broden voor de armen gebakken: de grote ovens met zware gietijzeren deuren zijn nog steeds te zien in de Turfzaal.

Het is niet alleen een avond met leuke trivia: dat zou te kort doen aan de moeilijke situatie die veel migranten zijn ontvlucht. Tijdens de 17e eeuw werden veel mensen uit de Zuidelijke Nederlanden verjaagd tijdens de Tachtigjarige oorlog tegen Spanje. Zij brachten hun kennis over de textielindustrie mee en droegen bij aan de bloei van het Leidse laken. Ook Engelsen en Duitsers kwamen in die periode naar Leiden, samen goed voor een enorme groei in het aantal bewoners: Leiden was even een wereldstad.

 

In de periode vlak voor de tweede wereldoorlog brachten andere buitenlanders hun handel met zich mee: denk aan Italiaanse ijsverkopers en gestrande Chinese zeelieden die restaurants openden. Na de tweede wereldoorlog bestonden de nieuwkomers uit repatrianten uit Indonesië, Surinamers en de Antillianen. Vanaf de jaren ’60 kwamen de gastarbeiders uit Turkije en Marokko, die al snel hun gezinnen naar Leiden haalden.

In zijn presentatie brengt Jos van de Broek deze ontwikkelingen in beeld aan de hand van de gebouwen in de stad: iedere bevolkingsgroep had immers eigen kerken, gilden en begraafplaatsen of plaatste gevelstenen om gebeurtenissen te herdenken. Tegenwoordig kleuren leden van studentenvereniging Minerva bij elk lustrum bankjes en bruggetjes geel-blauw of paars-oranje: deze ‘kleurders’ staan voor Jos symbool voor de grote groep studenten die in de stad is blijven hangen.

 

Leiden, stad van (ex)-studenten of toevalstreffer?

Helemaal representatief voor Leiden is onze groep vanavond niet: slechts drie van de 18 aanwezigen zijn in Leiden geboren. Een blik op de presentielijst verraadt acht ex-studenten. Vier bezoekers zijn vluchtelingen: een echtpaar dat in de jaren ’80 Koerdistan verliet, en twee jonge Syriërs die hopen aan de universiteit te studeren. Niet aanwezig: Leienaars uit de buitenwijken en Turkse of Marrokaanse Nederlanders (toch 6% van de Leidse bevolking). Ook missen we de buitenlanders van westerse afkomst, de grootste groep buitenlanders in Leiden: meestal komen ze uit Engeland of Duitsland, zijn ze student (dan vandaag de dag opvallend vaak Chinees) of werken ze op het Bio Science park.

Toch proberen we zo goed mogelijk in een discussie rond de tafel een antwoord te vinden op de volgende vragen: waarom kiezen mensen voor Leiden?  En: welk effect hebben de migranten en op de stad gehad en wat is er van hun aanwezigheid terug te zien?

Voor iedereen ligt dat net anders, blijkt al gauw. Vooral vluchtelingen bevinden zich in een moeilijke positie. Voor hen is het vooral toeval waar je uiteindelijk belandt, een kwestie van stranden op Schiphol zonder de juiste papieren om de oversteek naar Londen te maken. ‘Ik mis mijn familie, maar ik accepteer mijn situatie zoals die is. Somber zijn heeft geen zin: de toekomst ligt nog voor me,’ zegt een van de Syrische jongeren. Hij woont pas een jaar in Nederland, en drie maanden in Leiden. De Koerden zijn inmiddels volledig gewend aan het leven in Nederland en hebben nu heimwee naar Leiden bij een bezoek aan Irak. ‘Leiden is mijn droomstad,’ lacht Rebwar Raouf. ‘De sfeer is anders dan in andere steden.’

 

Beeldend Kunstenaar Roos Tulen organiseerde meerdere projecten voor vluchtelingen die pas net in Leiden zijn aangekomen: ze onderzoekt samen met hen wat ‘thuis’ betekent.  Ze probeert deze herinneringen tastbaar te maken: de geur van een geliefd gerecht dat op het vuur staat te pruttelen, of foto’s van de simkaart waarmee een jongen zijn vader altijd belde.

Ook voor Leidenaren is de band met de stad veelal emotioneel: dat blijkt uit de verhalen over de verschillende wijken. ‘Iedere wijk is een dorp. Mensen weten vaak precies in welke wijk ze wel of niet willen wonen,’ vertelt Gerda van den Berg. Jos van de Broek herkent dat: in de volksbuurt de Kooi werd hij omarmd door de bewoners, maar als student in de Boerhaavelaan was het niet altijd gezellig.

Veel van de aanwezigen woonden een tijd lang ergens anders, om uiteindelijk naar Leiden terug te keren. Wat ze precies aantrekt, is moeilijk in woorden te vangen. Leiden voelt vertrouwd aan, als een dorp, maar is dat toch weer niet. Juist door de grote hoeveelheid invloeden die nieuwkomers met zich meebrengen -van hun plaatselijke gerechten tot wetenschappelijke doorbraken – doet de stad toch steeds weer fris en anders aan.

Het is er open: ook mensen van elders in Nederland vinden het makkelijk in Leiden te aarden en nieuwe sociale contacten op te doen. Misschien juist doordat de instroom van vreemdelingen vrij constant is; je bent nooit alleen. Zo gezien is er niet één kernverhaal wat Leiden kan samenvatten: de Ziel van Leiden is eerder een collage van verhalen en belevenissen, van mensen die er geboren zijn, bewust voor de stad kiezen of per toeval hier hun bestaan opbouwen.