1. Aaf Verkade, Kat uit de Gracht en Onder water in Leiden

Als je over Leiden en over innovatie praat, dan praat je over water. Misschien omdat er zoveel water is en we bang zijn dat de nattigheid straks aan onze lippen staat, door klimaatverandering en alle modellen die ons laten zien wat twee graden Celsius erbij doet met de zeespiegel. Maar ook op een doodgewone zomerdag kan het water een bedreiging zijn: feestende studenten, toeristen en andere vakantiegangers beschouwen de Leidse grachten als hun achtertuin en hun boot als drijvend terras. Als je kat dan ook nog in een van die grachten verdrinkt, dan zou je het water weleens als vijand van het vreedzame stadse leven kunnen gaan zien.
Dat hoeft zo niet, bedacht Aaf Verkade, amateurbioloog en kattenliefhebster. In elk geval dat van die katten niet. Toen ze er met buurtbewoners achter kwam dat de gemeente elk jaar toch tientallen kattenlijkjes uit de Leidse grachten viste, stelde ze voor er iets aan te doen. Haar oplossing is simpel maar elegant: door scheepstouwen aan de wal op te hangen zouden de katten zó weer uit het water kunnen krabbelen en zou Leiden niets aan haar ansichtkaartachtige uitstraling inboeten.

Wacht even, katten ín de gracht? Vallende katten komen toch altijd weer op hun pootjes terecht? Aaf ontdekte maar liefst zestien verschillende redenen waardoor Poekie in de gracht belandt. Een kat loopt graag op de waterrand of ligt er te zonnebaden en rolt zo ineens van de kade af. Een kat met diabetes had zijn insulinespuitje niet op tijd gehad. Het moet wel echt gebeurd zijn, want verzinnen doe je het niet. Katten kunnen prima zwemmen, maar eruit klimmen, dat lukt niet met die gladde, hoge kademuren.

Haar onderzoek leverde Aaf een netwerk van kattenfans en buurtbewoners op. Zij weten nu wat ze moeten doen als ze een kat in het water zien zwemmen, of –in de woorden van Aaf- “als er een meerkoet met snorharen voorbijkomt”. Kat uit de Gracht werd een begrip. Aaf is er ook niet vies van zelf in de grachten te springen, wanneer het leven van een huisdier op het spel staat. De meeste van ons gruwen bij de gedachte aan het troebele water en de viezigheid die daaronder zou schuilgaan, maar Aaf kwam erachter dat het water niet alleen schoon genoeg is om in te zwemmen, maar dat je er zelfs in kunt snorkelen.

In eerste instantie zette ze haar duikbril op om de touwen voor de katten te kunnen controleren. Op de bodem van de grachten trof ze de dingen aan die je zou verwachten- verroeste fietsen en afgedankte schoenen, lege flessen – maar ook een koevoet, enkele kluizen (leeg) en twee geldkisten, met inhoud, als in een Kuifje-stripverhaal.

Daarbij deed Aaf een andere ontdekking: niet alleen is het water schoon, er is ook leven onder het wateroppervlak. Grote vissen met herkenbare koppen die zich loom tussen de planten voortbewegen. Snoeken, zeelten, palingen. Beestjes in de modder op de bodem.

Goed, in het Rapenburg of de Singels zie je dus bijna niets, maar duik je in kleine bootluwe zijgrachtjes, dan maak je kans op de zeldzame Rivierdonderpad, op moerasschildpadden en kleine modderkruipers. Niet dat je dat doet, want het mag helemaal niet, snorkelen in de gracht. Aaf wel, ze kreeg er speciaal toestemming van de gemeente voor. “En dat gaat tot nu toe altijd goed,” vertelt ze opgewekt.

Ze zorgt ervoor dat de buurtbewoners ook kunnen genieten van het leven onderwater, onder andere door een fototentoonstelling te organiseren over de vissen, mensen mee te laten doen met schoonmaakacties en door siereilandjes te laten aanleggen waar meerkoeten hun nesten bouwen en libellen over de planten zweven. Doel is dat de mensen die er wonen nog even over de brug blijven hangen en zich verwonderen – daar, een schildpad en daar de snoek die bij ons voor de deur woont.

Ik vraag Aaf wat ze doet met de exoten die ze tegenkomt – soorten die niet in de Nederlandse wateren thuishoren, maar er steeds verder oprukken. De Amerikaanse rivierkreeft is zo’n onverwachte gast, en de wolhandkrab is populair bij Chinese restaurants. ‘Kan die krab niet terug naar de restaurants?’ peins ik hardop.

Glunderend: “Waarom niet? Als je aan het duiken bent pak je ze zo op. In elke hand één, als je wil.” Aaf kijkt er zo blij bij dat ik heel even voor me zie hoe we allemaal op jacht zullen gaan in onze grachten, schepnet in de hand– mannen, vrouwen, kinderen, de hele buurt. En dan later rond de gloeiende kolen van een barbecue staan, knabbelend op de verkoolde krabbenpootjes. Biertje erbij. Best gezellig.

Lees verder – Hoogheemraadschap van Rijnland